koffie van het huys



Informatie over koffiebonen


koffie is geslacht van ongeveer 60 soorten houtige planten. De meeste soorten komen voor in tropisch Afrika en vinden hun oorsprong met name in Ethiopië. Op Madagaskar komen 14 soorten voor, in tropisch Zuidoost-Azië en alsmede op het eiland Mauritius 3 soorten. Alle soorten zijn houtige planten en kunnen afhankelijk van de soort kruipend, struikvormend, boomvormend of liaanvormend zijn. 2-20 bloempjes zitten bij elkaar. Pas na regenval beginnen de bloemknoppen zich te ontwikkelen en 8-12 dagen later treedt er een massale bloei op. De bloemen zijn 5-tallig en hebben dus vijf witte kroonblaadjes. De vrucht van de koffieplant is een besvrucht. Elke bes bevat twee zaadjes, de koffiebonen. Doordat de twee zaadjes bij het rijpen tegen elkaar aandrukken ontstaat de karakteristieke vorm. De gedroogde en gebrande bonen van de plant dienen als basis voor koffie, een stimulerende, cafeïnehoudende drank. Koffie wordt vooral gecultiveerd op plantages in tropische landen, voor export naar landen met een gematigd klimaat. Koffie is één van de belangrijkste handelsgoederen ter wereld en is een belangrijk exportproduct van landen rondom de evenaar, zoals Brazilië, Vietnam en Colombia. Koffiebonen bevatten vet, het zogenaamde koffievet. Dit vet wordt met het hete water uit de bonen geëxtraheerd en komt als kleine vetdruppeljes in de koffie terecht. Cafestol en kahweol zijn zulke vetten.

Soorten koffiebonen

Er zijn voornamelijk twee soorten voor de productie van de bonen.
  • Coffea arabica
  • Coffea robusta
respectievelijk arabica en robusta koffie genoemd.

Arabica koffie

Van oorsprong komt Arabica-koffie uit het Ethiopisch massief. Van daaruit werd hij naar de Arabische landen verspreid. Het is een tetraploïde en zelffertiele plant, die ongesnoeid ongeveer 5 m hoog kan worden. In 1690 werd de plant, waarschijnlijk afkomstig uit Jemen, door de Nederlanders ingevoerd op Java en in 1699 opnieuw. In 1706 werd vanuit Java een plant overgebracht naar de Amsterdamse Botanische Tuinen, die bloeide en bessen gaf. In 1713 stuurde de toenmalige burgemeester van Amsterdam nazaten van deze plant naar koning Lodewijk XIV in Parijs, die daar verder werden verzorgd door Jussieu. Ook werden er in 1718 planten vanuit Amsterdam verstuurd naar Suriname van waaruit ze in 1722 door de Fransen werden verspreid over Frans-Guyana. Vanuit Frans-Guyana vond in 1727 verdere verspreiding plaats naar Brazilië. Nakomelingen van de Parijse plant kwamen rond 1720 in Martinique terecht en van daaruit in 1730 op Jamaica. De Arabica-koffie is vanuit deze introducties verder verspreid naar het Caraïbische gebied, Centraal-Amerika en Zuid-Amerika. Aan het eind van de zeventiende eeuw werd de Arabica-koffie ook ingevoerd in India en Ceylon. In 1740 kwamen Amsterdamse nakomelingen op de Filipijnen en in 1825 op Hawaii terecht. De Fransen namen de plant mee naar hun Afrikaanse kolonies. Ook is via de Edinburgse Botanische Tuin een nakomeling van de Amsterdamse plant in 1878 in Nyasaland terecht gekomen, van waaruit zij omstreeks 1900 verder naar Oeganda werd verspreid. Brazilië en Colombia zijn de belangrijkste producenten van Arabica-koffie. Daarnaast zijn Mexico, El Salvador, Guatemala en Costa Rica belangrijke koffieproducenten.

Robusta-koffie

Robusta-koffie is goedkoper te produceren dan Arabica. Deze koffie wordt veel gebruikt voor het maken van koffiepoeder. De bonen bevatten 2 - 2,5 % cafeïne. Baganda en andere Oegandese stammen teelden koffie lang voor de ontdekking door Europese ontdekkingsreizigers en gebruikten de koffiebonen om er op te kauwen. Ook werden de bessen gekookt en gedroogd. Daarnaast werden de twee bonen uit een bes gebruikt voor de ceremonie van bloedbroederschap. Robusta koffie groeide van oorsprong in Afrika rondom de evenaar tussen 10° Noord- en Zuiderbreedte van de Westkust tot Oeganda. Bij een natuurlijke groei wordt een kleine boom gevormd. Voor de teelt van de bonen wordt er echter sterk gesnoeid om de boom meer in een struikvorm te krijgen en te houden. In 1900 stuurde Linden vanuit Brussel 150 planten naar Java. De planten bleken daar zeer goed te groeien en resistent te zijn tegen Hemileia vastatrix en al snel breidde de koffieteelt met Robusta-aanplant zich op Java sterk uit. Sinds 1900 is de Robusta koffie over de hele wereld verspreid; belangrijke teeltgebieden liggen nu in tropisch Afrika en Azië. Belangrijke productiegebieden zijn Ivoorkust, Angola, Oeganda, Congo, Madagaskar, Vietnam en Indonesië. Andere soorten zijn:
  • Coffea benghalensis
  • Coffea congensis
  • Coffea liberica
  • Coffea stenophylla
Arabica koffiebonen geven een mildere en aromatischer koffiesmaak en worden vooral gebruikt in de duurdere melanges, zoals goudmerk, dat voor 100% uit arabica koffie bestaat. Robusta-koffie heeft een bittere smaak. Binnen de soorten komen weer verschillende rassen voor met verschillende eigenschappen zoals verschillende resistentieniveaus tegen schimmelziekten. De hoogste kwaliteit wordt verkregen als uitsluitend de rijpe vruchten geplukt worden. Een nog betere kwaliteit is de Kopi Luwak. Dit is een zeer bijzondere specialiteit, die verkregen wordt door de bonen te verzamelen uit de uitwerpselen van de Loewak (Paradoxurus hermaphroditus), ook wel palmroller of koffierat genoemd.

Branden

De koffiebonen moeten gebrand en gemalen worden, voordat er koffie van kan worden gezet. Het branden gebeurt in koffiebranderijen, Tegenwoordig wordt voornamelijk gemalen koffie gekocht, terwijl bonen ook weer steeds meer in opkomst zijn. Door hetvacuumverpakken is de kwaliteit nu ook van gemalen bonen goed te behouden.Als gemalen koffie aan de lucht wordt blootgesteld worden de nog aanwezige vetten geoxideerd waardoor de kwaliteit snel achteruitgaat. Daarom wordt gemalen koffie wanneer het is aangebroken het best bewaard in afgesloten voorraadbussen.
koffiezetautomaat koffie automaat
warmedranken automaat koffie automaat
koffieautomaat koffieautomaat